Villanova nieuwsbrief – mei 2013

j

24 mei, 2013

Manokwari, 24 mei 2013

 

Beste Allen,

Enkele uren geleden is de uitslag bekend gemaakt van de staats-examens van de bovenbouw van het algemeen middelbaar onderwijs in Indonesia. In een vorige nieuwsbrief vertelde ik al iets hoe er ook binnen het onderwijs gesjoemeld wordt (kan worden), met cijfers, toetsen, examens. Nu is het ook een gigantische klus om over het gehele land (5.500 km breed, 13.000 eilanden) voor maar liefst 2,3 miljoen studenten een schriftelijk nationaal examen te organiseren. Bijna alles gaat dus fout. Met als gevolg dagenlange discussies op de televisie of je de school of de centrale overheid moet laten bepalen wie er slaagt of niet. Men kiest voor het laatste, maar stemmen die zeggen dat je het maar aan de school moet overlaten worden steeds sterker.

Men weet ook dat van alles fout kan gaan, en probeert met vele regels dat te voorkomen. Echter, hoe meer regeltjes, hoe meer overtredingen! Er is alleen een schriftelijk eindexamen (multiple choice, dat is makkelijker per computer na te kijken). Onder toezicht, per klas twee leraren, een van de school zelf, een ander van een school in hetzelfde rayon. Per school wordt een gecommiteerde aangewezen van een staats-universiteit. De opgaven zijn verzegeld en worden in het bijzijn van de examinandi opengemaakt. Na het examen worden de papieren opgehaald door de gecommitteerde en meegenomen naar de Provinciale Dienst van Onderwijs, die het by safe hands naar Jakarta verstuurt. Na een maand krijg je van Jakarta de uitslag.
Maar…. een derde van de scholen (heel midden-Indonesia) kreeg de opgaven een week te laat; men gaf de schuld aan de drukker. Met als gevolg dat men niet meer kon instaan voor geheimhouding. Ondanks het feit dat er per klas 20 verschillende opgave-pakketten verspreid werden (om spieken tegen te gaan).

Surveilllanten worden niet geacht tijdens het examen voor te zeggen, of leerlingen toe te staan met elkaar te communiceren. Toch gebeurt het. Niet op onze school natuurlijk. Van onze docenten die op andere scholen moesten surveilleren hoor je allerlei wilde verhalen van dingen die niet door de beugel kunnen. Op de vraag waarom men dan als surveillant niet optreedt, krijg je als antwoord: “ Wij zijn maar te gast op die school, je kunt een ander niet in het openbaar bekritiseren, je kunt je gastheer niet afvallen, als men gewend is corrupt te zijn, dan doet men maar… wij lijden gezichtsverlies (zijn ‘malu’) als wij daar iets van zouden zeggen!” Enzovoorts. Er zijn zelfs (niet weinig!) scholen die het presteren om de door de leerlingen uitgewerkte opgaven door de docenten onder het oog van de gecommiteerde (tegen betaling?) te laten corrigeren.

Hoe dan ook, “Jakarta” en de provinciale overheid moeten wel weten welke scholen te vertrouwen zijn en welke niet. Maar er zijn andere overwegingen die hen nopen om zoveel mogelijk mensen te laten slagen. Elk jaar zijn er meer dan vijf miljoen Indonesiers meer die vragen om een plaatsje op een schoolbank, en op de werkvloer. Ondanks het feit dat 37% van de bevolking werkloos is (moeilijk hard te maken, want velen worden opgeslokt door de ‘informele sector’ en allerlei bijbaantjes), laat men mensen maar doorvloeien. Het is dan aan de particuliere arbeidsmarkt en aan staatsuniversiteiten om de beteren te selecteren. Maar het puilt hier ook uit van allerlei particuliere hogescholen, die tegen flinke betaling maar studenten aannemen, en een diploma afgeven. Je struikelt in Indonesia over het aantal mensen die een hele serie titels achter hun naam hebben, maar niet werken op een plek waar ze toe zijn opgeleid. En toch heeft iedereen op een of andere manier (iets) te eten, en zit er systeem in (het vechten tegen) de corruptie.

Op onze school gaan bovenstaande vliegers, vanzelfsprekend niet (allemaal) op. Ouders beoordelen een school op het feit waar de abiturienten terecht komen, of ze straks een goede baan kunnen krijgen, op een goede universiteit worden aangenomen, etcetera. Van onze 23 eindexamen-kandidaten (9 wiskunde-afdeling; 14 socio-economische afdeling) kandidaten slaagde iedereen. Op een na! En niet degene van wie we dachten dat hij wel zou kunnen zakken. Middelmatige schoolcijfers, een slecht staats-examen. Je moet door de streep genomen gemiddeld een 5,5 halen (over zes vakken die nationaal worden geexamineerd). Mario I. haalde een 5,3. Er zijn scholen, ver beneden onze standaard, waar 100 % slaagde. Maar iedereen die thuis is in het boven omschreven wereldje weet dus hoe dat heeft kunnen gebeuren.

De Villanova-school staat echter op de kaart. De Provinciale Overheid stuurt elk jaar op staatskosten een tiental abiturienten met een scholarship naar een universiteit in Duitsland of China. Dit jaar alleen 22 man/vrouw naar Duitsland. Van de twee leerlingen die van onze school mochten meedoen met de toets, slaagden beiden. Anderson H. en Monica T. zijn dus, na een half jaar kursus in Jakarta, in 2014 op een Duitse universiteit te vinden!!
Ook bij provinciale toetsen, vooral in de exacte vakken (wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie), vallen we in de prijzen: een of twee bij de eerste vijf (van meer dan 50 deelnemers).

Ik laat jullie nu even kennismaken met degene die de beste cijfers behaalde, en Mario I. die zakte. Om een beeld te geven, van welke achtergrond de meeste van onze ‘kansarme’ studenten komen.

Johnny N. was de beste. Zijn officiele naam is Fransiskus X. Te lang; waarom het uiteindelijk ‘Sjoni” werd, weet ik niet. En heel pientere jongen, maar een ‘slungel’, een bonestaak, die tonnen zelfvertrouwen nodig heeft, om met wat lef voor de dag te durven komen. Zijn vader is overleden toen hij nog klein was. Uit een eerste huwelijk heeft zijn vader vier dochters. Johnny’s moeder bracht een zoontje mee toen ze met Paskalis, Johnny’s vader trouwde. Na het overlijden van haar man, ging Johnny’s moeder terug naar haar geboortedorp waar ze hertrouwde. Johnny werd opgevoed door zijn oudste half-zus. Johnny’s vader, Paskalis zat in 1970 op het internaat te Bintuni, waar ik toen o.a. internaatsleider was. Afkomstig uit een dorp in de Bintuni-baai, werd hij na in Bintuni geslaagd te zijn op een kweekschool, onderwijzer in de buurten van de stad Manokwari, waar hij trouwde met een Biakse. Het weduwen- en wezen pensioentje wordt geind door Johnny’s moeder. Gelukkig heeft zijn zus via haar man, die wegwerker is, een bescheiden inkomen, waardoor ze een deel van het schoolgeld kan betalen. Het internaatsgeld, kleding, etc. werd uit giften (door U dus) betaald. Johnny wil graag doorstuderen, biologie. De kans bestaat dat hij van de locale overheid een studiebeurs kan krijgen. Wie weet.

Mario I., de enige die dus gezakt is, komt oorspronkelijk uit het Aifat-gebied, in het hartje van de Vogelkop. Hij is ‘er één van’ een tweeling. Tot voor een 40-tal jaren geleden was het gebruikelijk dat men een kind van een tweeling liet sterven; economisch gezien, en ook misschien vanwege de algemene gezondheidstoestand van de moeder, was het onmogelijk dat iemand twee babies tegelijk kon te eten geven en groot brengen. Fientje Iek was verpleegster op ons ziekenhuisje in Ayawasi, toen haar zus daar beviel van een tweeling. De zusters waren al gewoon babies die om wat voor reden ook thuis niet konden worden grootgebracht op een baby-zaal bij het ziekenhuis op te vangen. Na twee tot drie jaar werden er dan pleegouders voor deze kinderen gezocht. Zo kwam Mario dus bij zijn tante Fien terecht. Fien verhuisde later naar Manokwari, waar ze op de missie-polikliniek werkt. Fien is nooit getrouwd; haar Mario is haar alles. Mario woonde het eerste jaar op het internaat, maar was veel te vaak absent (hij kent de weg in de stad!). Enkele maanden geleden gaf zijn moeder hem een brommer (gekocht op krediet), om op tijd op school te kunnen zijn. Edoch, een brommer betekent vrijheid om overal naar toe te rijden (behalve school). Een beetje verwend, maar hoe kan het ook anders….

Hij moet dus het eindexamen-jaar overmaken. Maar er is nog een andere mogelijkheid. In Indonesia worden alfabetiserings-kursussen op verschillende niveau’s gegeven. Ook op het niveau van onze school. Op deze kursus zou hij mee kunnen doen met het examen, en daarvoor slagen (dat doet iedereen). Met het getuigschrift dat hij dan krijgt kan hij naar een universiteit of hogeschool (niet naar een staats-universiteit, maar er zijn genoeg particuliere die iemand met zo’n getuigschrift graag in huis nemen). Volgende maand is er zo’n examen, en het zou dus kunnen zijn dat we ook Mario hier volgend schooljaar niet meer terug zien.

De afgelopen maanden ging het bouw-programma voort. Een uitbreiding van het meisjes-internaat met extra-badgelegenheid, een grotere eetzaal, een extra slaapzaal; een nieuwe behuizing voor de zusters die de leiding van het internaat hebben, de aanleg van een cementen openlucht-court voor futsal (zaalvoetbal), een bibliotheek en een grote kantine. De huidige bibliotheek wordt in juli klaslokaal, en in juli gaat ook tijdens de schooluren de poort op slot, zodat men niet meer tijdens de pauze’s de straat op kan om in allerlei winkeltjes die zich rondom Villanova hebben gevestigd versnaperingen te halen (en vervolgens te laat terug te zijn in de klas). Hetgeen wel betekent dat er dan ook een extra salaris opgehoest moet worden voor een conciërge of security guard (tot nu toe doen we zonder).

Ik hoop dat we in het komende half jaar genoeg kunnen sparen om begin 2014 te beginnen met de bouw van een onderkomen voor de augustijnen, die op de school werkzaam (zullen) zijn. In juli komen er twee bij: de toekomstig directeur van de school, en een broeder-verpleger. Ze kunnen niet allemaal, zoals ik nu, achter de boekenkast op een kantoor slapen.
Over een dikke maand is de volgende nieuwsbrief te verwachten, als we de overgangsexamens achter de rug hebben (medio juni). Dan twee weken vakantie, en op 1 juli begint de inschrijving van de nieuwe leerlingen. Klassen beginnen weer op 16 juli.

Iedereen van harte bedankt voor alle steun, hulp en aandacht,
met hartelijke groet,

Ton Tromp

Recente berichten

Update vanuit Sawinggrai

Update vanuit Sawinggrai

In Sawinggrai, Raja Ampat, wordt er onverminderd hard gewerkt aan het voedselbos. Een zomer update van onze partners terplaatse.

Lees meer