Opschudden die ontwikkelingssamenwerking!

j

20 nov, 2003

De uitspraken van VVD-kamerlid Hirshi Ali hebben deze week veel aandacht gekregen in het nieuws. In eerste instantie leverde haar kritische vragen in de kamer een aantal geïrriteerde reacties op van ander kamerleden, die vooral wilden horen of de afgesproken 0,8 procenten ontwikkelingshulp wel of niet ter discussie werd gesteld. Doordat de discussie hierdoor gericht werd op de te doneren ‘eurocenten’ vanuit de Nederlandse portemonnee, is de fundamentelere vraag op de achtergrond geraakt: geven we vanuit Nederland wel effectief ontwikkelingshulp?

 

Donorland

Nederlanders zijn gewend ruimhartig te doneren aan goede doelen. Hoewel de donaties in de huidige economische situatie een dalende trend laten zien, varen loterijen er nog steeds wel bij, en zetten ze miljoenen Euro’s om. Voor de grote ontwikkelingsorganisaties in Nederland is bijvoorbeeld de Postcodeloterij een belangrijke bron van inkomsten. Daarnaast geven veel mensen extra geld aan collectanten en aan de goede doelen die men zelf een warm hart toedraagt. Liefst doet men dat op een duidelijk zichtbare wijze, als donateur bijvoorbeeld, en laten mensen hun giften registreren. De fiscus betaalt zo ook een beetje mee.De Nederlandse regering zelf draagt ook een steentje bij door deze regeringsperiode een vast bedrag van 0,8 procent van het BNP vrij te maken voor Ontwikkelingssamenwerking.

 

De kritische donateur

In de afgelopen twee jaar zijn grote ontwikkelingsorganisaties negatief in het nieuws gekomen. Managers van ontwikkelingsorganisaties die enorme vergoedingen ontvangen en projecten waarnaar, eenmaal opgezet, de lokale bevolking niet meer omkijkt. Tegelijkertijd let de kritische en mondige donateur meer op zijn uitgaven, en op de manier waarop de ontwikkelingsorganisatie het geld besteedt. Het effect van de twee bovengenoemde ontwikkelingen is, dat de zogenaamde ‘chari-markt’ wat meer in beweging is gekomen. Zo is er meer openheid over vergoedingen van de managers van ontwikkelingsorganisaties en veel grote ontwikkelingsorganisaties zijn daarnaast gaan werken aan hun interne verbetering en grotere transparantie.

 

En waar gaat het geld dan heen?

De grote geïnstitutionaliseerde organisaties kennen een aanzienlijke overhead. In grote gebouwen denken vele beleidsmedewerkers in Nederland na over de vormgeving van de ontwikkelingshulp elders. Dat hierbij invulstramienen, sjablonen, dikke invulinstructies en uitgebreide (interne) procedures horen, spreekt voor velen voor zich. Dat men daar in de echte ontwikkelingspraktijk, bijvoorbeeld een dorp in Afrika of ver weg in de rimboe van Papua Barat, mee kan werken? Nou nee. Internet geeft de hoger opgeleiden in de ontwikkelingslanden natuurlijk de mogelijkheid net zulke dikke projectvoorstellen terug te sturen. Echter, de mensen die echt hulp nodig hebben, bijvoorbeeld diep in de binnenlanden, weg van de grote steden, en weg van de hoofdwegen, worden hiermee niet bereikt en blijven kansloos.

De grotere organisaties werken daarnaast, uiteraard, via de officiële politieke kanalen. In veel gevallen is daarbij de hulp van de overheid in de betreffende ontwikkelingslanden nodig. En laat die overheid (eerst nationaal, en daarna lokaal) nu juist beginnen met een deel van het geld te gebruiken voor de eigen ‘administratie’ en ‘organisatie’. Het onderzoek van Ypie Boersma (artikel 15 augustus jl. in Trouw) geeft een meer dan schokkend beeld van de corruptie in bijvoorbeeld Indonesië.

Een van de meest schrijnende voorbeelden van de ineffectieve ontwikkelingshulp is de stand van de medische zorg in Papua Barat, voormalig Nederlands Nieuw Guinea, de meest oostelijke provincie van Indonesië. UNICEF berichtte onlangs nog op de Indonesische televisie dat door kindersterfte in Papua 70.000 kinderen onder de 5 jaar sterven. In de binnenlanden is dit getal nog veel hoger, en nadert het de 50 procent. Vervuild drinkwater, tropische ziekten en een van de hoogste percentages Aids ter wereld eisen in dit gebied hun tol. In dit buitengebied komen zelfs de nationale hulporganisaties niet, laat staan de internationale hulporganisaties.

 

Hoe kan het ook?

Nederland als donorland: Dat is ook terug te vinden in het grote aantal kleinere ontwikkelingsorganisaties. Onderzoek van de Stichting Duurzame Samenleving Papua Barat (SDSP) wijst uit dat alleen al voor een gebied als Papua Barat zo’n 55 tot 60 organisaties bestaan die zich vanuit Nederland op dit gebied richten. Van de kleinere organisaties zijn met name de nieuwe organisaties interessant die proberen jonge mensen te mobiliseren, en meerdere projecten oppakken in diverse delen van een ontwikkelingsland. Kenmerkend voor deze organisaties is vaak een actief lokaal netwerk en kennis van zaken over het land en een zakelijke inbreng vanuit de eigen professionaliteit. Zij gaan niet meer met handgeschreven pamfletten de straat op, maar zoeken samenwerking met stichtingen en andere (soms zakelijke) partners om projecten te realiseren. De hulp wordt rechtstreeks aan projecten gegeven, zonder extra overhead van de eigen organisatie en buiten de grote internationale (en soms corrupte) kanalen om.

De laatste trend is de vorming van samenwerkingsverbanden en betere netwerken in Nederland. Zo heeft de SDSP het initiatief genomen tot het vormen van een federatieve samenwerkingsvorm, waarbij het doel is de krachten te bundelen in Nederland, om daarmee de bevolking van Papua Barat zo optimaal mogelijk te ondersteunen. De hulpvraag vanuit Papua Barat wordt daarmee beter in kaart gebracht, kennis wordt gedeeld en fondsenwerving kan door samenwerking krachtiger aangezet worden.

 

Steun vanuit de politiek

Om de ontwikkelingssamenwerking eens flink op te schudden, zou de landelijke politiek meer gerichte aandacht moeten geven aan de kleinere, professionele ontwikkelingsorganisaties. Minder fondsen naar de grote instituten, en meer kansen en mogelijkheden voor de kleinere organisaties die zich keer op keer bewijzen met projecten waarmee de lokale bevolking rechtstreeks ondersteund wordt: scholen bouwen, medische hulpposten neerzetten, aankopen van het eerste vee voor boeren en aandacht voor schoon water. Nauwere samenwerking tussen de kleinere en meer gespecialiseerde organisaties is daarbij een belangrijke succesfactor. Als deze lijn nadrukkelijker door de overheid wordt ondersteund, kan met relatief geringe inspanning slagvaardiger worden gewerkt op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en komt de hulp op de juiste plek terecht.

 

Auteur
Drs. W.L. Bronsgeest
20 november 2003

drs. W.L. Bronsgeest is projectmanager bij de SDSP. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Bekijk overige publicaties

Rapport: Sustainable Cacao in West Papua

Rapport: Sustainable Cacao in West Papua

A Holistic Solution to Papua’s Plastic Pollution

A Holistic Solution to Papua’s Plastic Pollution

Jaarverslag SDSP 2018

Jaarverslag SDSP 2018

Jaarverslag SDSP 2017

Jaarverslag SDSP 2017

Jaarcijfers 2017 in een oogopslag

Jaarcijfers 2017 in een oogopslag

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen op West-Papoea

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen op West-Papoea

Wierum eert ‘witte Papoea’ Freerk Kamma met expositie

Wierum eert ‘witte Papoea’ Freerk Kamma met expositie

Jaarverslag SDSP 2016

Jaarverslag SDSP 2016

A Ripple Effect on Sustainable Water Management  in West Papua

A Ripple Effect on Sustainable Water Management  in West Papua

Paradijsvogels bedreigd

Paradijsvogels bedreigd

Social investment opportunities in the cocoa sector

Social investment opportunities in the cocoa sector

Particuliere hulp Papua werkt

Particuliere hulp Papua werkt

Pushed to the margins – master thesis

Pushed to the margins – master thesis

Jaarverslag SDSP 2015

Jaarverslag SDSP 2015

Verkennend onderzoek – Kansen in Papua Barat

Verkennend onderzoek – Kansen in Papua Barat

De Vogelkop helpen voor het te laat is

De Vogelkop helpen voor het te laat is

Jubileum Nieuwsbrief – Juli 2015

Jubileum Nieuwsbrief – Juli 2015

Jaarverslag SDSP 2014

Jaarverslag SDSP 2014

Nieuwsbrief – Oktober 2014

Nieuwsbrief – Oktober 2014

Vrijwilligers bieden Papua hoop

Vrijwilligers bieden Papua hoop

OneWorld Magazine – juni 2014

OneWorld Magazine – juni 2014

Jaarverslag SDSP 2013

Jaarverslag SDSP 2013

Nieuwsbrief – Mei 2014

Nieuwsbrief – Mei 2014

Presentatie over The First Step afvalproject

Presentatie over The First Step afvalproject

Nieuwsbrief 35 – Aug. 2013

Nieuwsbrief 35 – Aug. 2013

Jaarverslag SDSP 2012

Jaarverslag SDSP 2012

Kunstverkoop op een eerlijke manier

Kunstverkoop op een eerlijke manier

Nieuwsbrief 34 – Dec. 2012

Nieuwsbrief 34 – Dec. 2012

Positie Papoea’s resulteert in hoge kindersterfte

Positie Papoea’s resulteert in hoge kindersterfte

Achtentachtig prachtige vissen

Achtentachtig prachtige vissen

Nieuwsbrief 33 – Juni 2012

Nieuwsbrief 33 – Juni 2012

West-Papoea alert

West-Papoea alert

Jaarverslag SDSP 2011

Jaarverslag SDSP 2011

Nieuwsbrief 32 – Oktober 2011

Nieuwsbrief 32 – Oktober 2011

Jaarverslag SDSP 2010

Jaarverslag SDSP 2010

Nieuwsbrief 31 – Februari 2011

Nieuwsbrief 31 – Februari 2011

Boekje ‘Non-stop in de Vogelkop’

Boekje ‘Non-stop in de Vogelkop’

Nieuwsbrief 29 – Mei 2010

Nieuwsbrief 29 – Mei 2010

Jaarverslagen t/m 2009

Jaarverslagen t/m 2009

Nieuwsbrief 28 – December 2009

Nieuwsbrief 28 – December 2009

Kindersterfte in West-Papoea – VVKV

Intentieverklaring Papoea organisaties

Intentieverklaring Papoea organisaties

West-Papoea: worsteling met natuur, economie en gezondheid

West-Papoea: worsteling met natuur, economie en gezondheid

Nieuwsbrief 15 – Dec. 2005

Nieuwsbrief 15 – Dec. 2005

Nieuwsbrief 13 – Mei 2005

Nieuwsbrief 13 – Mei 2005

HIV/AIDS prevention in Indonesia and Papua

HIV/AIDS prevention in Indonesia and Papua

Nieuwsbrief 11 – Mei 2004

Nieuwsbrief 11 – Mei 2004

Niet betaalde pensioenen

Opschudden die ontwikkelingssamenwerking!

Effectieve ontwikkelingshulp aan Papua Barat

Eco-toerisme Manokwari

Eco-toerisme Manokwari