En zo laten we pas weer na tijden van ons horen. Noodgedwongen op een afstandje van Papua reflecteerden we op … tja… op dingen als: waar gaan we mee door en waar niet mee.

De prachtige leeftijd van 37 jaar hebben we inmiddels beiden bereikt en dan gaan we natuurlijk mieren over hoe het later met ons moet en hoe het niet moet. Duidelijk is dat lijfelijk en fulltime afzien in de jungle van Papua ons veel heeft gebracht, maar ook veel heeft gekost. Voor nu is het belangrijk: er moet brood op de plank en aan later worden gedacht. Dit ‘later’ is wat ons betreft nog steeds volle mep voor de minder bedeelden gaan, maar dan tegelijkertijd pogen iets beter voor onszelf te zorgen.

De glamour van het ontwikkelingswerk zoals we die het liefst op ons netvlies hebben is die van de langharige, bebaarde, malaria-zwetende Tarzan die vanuit zijn stinkende kot kippen uit de boom schiet om zijn meisje wat eten te geven. Of de Jane die klaar staat om met minimale middelen een bloederig been te verbinden. Of die Camelman die heel cool probeert een woedende menigte met speren en bijlen tot kalmte te manen. En die rustig blijft als er een jeep met dronken, dreigende politieagenten langskomt met doorgeladen machinegeweren. Of het scenario waarbij deze Schwarzeneggert als getuige wordt opgeroepen in de zaak van een geweldadig om het leven gebrachte medewerkster die in werkelijkheid zelfmoord heeft gepleegd en in zijn handen is gestorven. Avontuurlijke scenario’s die zich afspelen ver weg in het bos, nagenoeg zonder communicatiemiddelen, zonder BHV-plannen en met minimale transportmogelijkheden. Deze ‘secundaire arbeidsomstandigheden’ in de vorm van excessen begonnen op een gegeven moment primair te worden en dit maakte dat we haast niet meer aan het werk toekwamen waar we eigenlijk voor gekomen waren. Cynisme en verbittering liggen dan op de loer en zorgen – hoewel tijdelijk te bestrijden met humor – op een gegeven moment dat het elastiek breekt. En wanneer je elastiek en dus je veerkracht knapt, dan verlies je je grootste kracht. Dit, gecombineerd met de berichten vanuit het binnenland over de conflicten rondom de bestuurlijke herindeling, maakten het zaak om te reflecteren en samen met de SDSP te zoeken naar een nieuwe weg.

Die nieuwe weg hebben we gevonden door actief aan de slag te gaan om samen met Bali Fresh (zie vorige bericht) te zoeken naar subsidie-mogelijkheden om een Papua Fresh Female Farmers Partnership op te starten, in samenwerking met het bisdom. Onze eerste subsidie-aanvraag is helaas niet geselecteerd en momenteel wachten we op de reactie van USAID of ons voorstel mee kan dingen in de subsidie-strijd voor hun pot voor Innovaties t.a.v. gelijke rechten voor mannen en vrouwen in de promotie van voedselzekerheid. De criteria voor deze subsidie sluiten naadloos aan op Papua Fresh, dus we hopen allemaal dat we ons voorstel mogen indienen.

Jurgen werkt inmiddels sinds juli mee met zo’n 50 Balineze vrouwen in de tuinen van Bali Fresh, gelegen in het arme district Kintamani. Al meewerkend pikt hij enorm veel op over allerhande horticulturele processen, waarbij hij ook een uitgebreide introductie heeft gehad van Ronald.

Op Bali geldt hetzelfde als voor Papua en waarschijnlijk de rest van de ontwikkelingslanden: vrouwen werken het hardst maar hebben geen rechten. Het is schrijnend. Neem Made. Ze werkt op de tuin van BFFF. Op een dag doet ze haar relaas. Ze heeft veel schulden, omdat haar man van hanengevechten houdt. Haar vader is ooit eens vreemdgegaan en zij is ter compensatie geschonken aan de man van de vrouw met wie vader is vreemdgegaan. Volgen jullie het nog? De positie van Made thuis (haar huis bestaat uit twee beschimmelde kamertjes) is vreselijk. Haar man ziet haar nog steeds als schamele compensatie voor wat haar vader hem heeft aangedaan. Zijn eerste vrouw ziet haar als indringster. Ze wordt regelmatig mishandeld en komt vol blauwe plekken op de tuin. Ze brengt het geld binnen en haar man en diens eerste vrouw geven het uit. Ze heeft inmiddels drie kinderen van manlief en dat is de reden waarom ze niet weggaat. De positie van de vrouw in Bali is dusdanig dat wanneer ze zou scheiden, de kinderen altijd naar de man gaan. Ze voelt zich als een vogel in een kooi. Gevangen in verantwoording: die naar haar kinderen toe en die voor de fout die haar vader ooit maakte. Om schulden af te lossen moet ze nieuwe schulden maken. En daar is in Bali een nieuw soort maffia opgestaan: omdat de “kleine mensen” nooit een bankrekening kunnen openen zijn er nu “rentenirs”. Dit zijn inmiddels de rijkste mensen van het dorp. Zij lenen geld uit tegen een rentepercentage van 10 procent. “Wat”?! Eh ja, 10 procent ja. En nu komt het: per maand….. Per maand. PER MAAND!!!! Bijna alle gezinnen in Kintamani raken verstrikt in de percentages van die rentenirs, zo ook Made. We zijn dan ook hard aan het bedenken middels welke constructie dit patroon doorbroken kan worden. Zo zou het kunnen dat een organisatie als BFFF tijdelijk schulden overneemt om vervolgens normale aflossingsregelingen aan te bieden aan vrouwen zoals Made. Immers: het loon wat vrouwen verdienen, gaat nu eigenlijk rechtstreeks naar de rente die de rentenirs vragen.

In Kintamani zijn verhalen zoals die van de rentenirs en Made geen uitzondering, helaas. Bali is een prachtig eiland, maar gebieden zoals Bedugul, Negara, Karangasem en Kintamani zijn nog steeds enorm verwaarloosd. In Kintamani hebben de meeste dorpen nog niet eens watervoorzieningen en rondom Bangli zijn er dorpen die verstoken zijn van alle moderne voorzieningen, zoals electriciteit en water. Het was voor ons werkelijk een complete verrassing dat we dit hier aantroffen. En misschien is dat ook gelijk de reden waarom we het aantreffen, want: “Wie gaat er nou ontwikkelingswerk doen op Bali? Daar hebben ze alles toch al?” Hebben wij eerlijk gezegd vaak genoeg gedacht. Maar we maakten een aardige denkfout.

Jurgen heeft inmiddels veel technische kennis opgedaan bij BFFF. Daarnaast heeft hij in Papua natuurlijk uitgebreid ervaring met het trainen en ondersteunen van arme, kleine boeren bij het verkrijgen van een betere positie en het zich organiseren in cooperaties. Op dit moment wordt er onderhandeld over een positie voor hem binnen BFFF, wat niet alleen uitstekend zou passen bij zijn ambities, maar ook erg van pas zou komen bij de opstart van het Papua Fresh Female Farmers Partnership. Hoe dan ook verkeren we persoonlijk niet langer in de positie om beiden op vrijwillige basis te blijven werken en zal één van ons dus geld in het laatje moeten brengen. Anders houdt het helaas snel op in Indonesie.

Ellis is nog volop bezig met Papua. De komst van de nieuwe pater in Senopi bleek van doorslaggevende betekenis en goede berichten sijpelen (leuk woord: sijpelen, sijpelen, sijpelen) inmiddels door vanuit Senopi. De belangrijkste activiteiten binnen het project, zoals de cacao-tuinen, zijn door de mensen zelf weer opgepakt. Ook is er door de SDSP en het bisdom besloten om de komende tijd de gezondheidswerkers en de kaderleden extra te blijven ondersteunen bij hun werk. En al zijn nog lang niet alle mensen terug in het dorp en duren de conflicten tot op de dag van vandaag voort: dingen lopen weer! Ook bereiken ons nieuwe proposals door mensen uit naastliggende districten en weten we dat het in mei opgebouwde waterput systeem in Akmuri door de mensen daar uitzondelijk goed wordt verzorgd en gebruikt. Het watersysteem dat momenteel door de dominee in district Kebar wordt aangestuurd, loopt ook volgens planning. En voor komend jaar april hebben we via de organisatie Planet Water kunnen regelen dat ze een zuiveringsinstallatie komen installeren, waarmee de mensen in en rond Senopi toegang krijgen tot schoon drinkwater, zo uit de kraan!

Kortom: de dingen lopen door! Dat is voor ons onbetaalbare informatie, omdat het betekent dat de afgelopen 3 jaar hun vruchten hebben afgeworpen.

Ellis is ondertussen ook samen met de SDSP bezig een nieuw plan van aanpak te ontwikkelen voor de projecten in Midden-Vogelkop. Er is immers nog zoveel te doen. Zoals het er nu naar uitziet, blijft Ellis het komend jaar intensief betrokken in en voor Papua.

De SDSP is nog steeds de enige die zich actief laat zien in het binnenland van de Vogelkop, samen met het bisdom. Daarom is het ook belangrijk dat de SDSP kan blijven rekenen op jullie steun en donaties. Langs deze weg veel dank voor een ieder die ons is blijven ondersteunen of van plan is dat te blijven doen.

Eind november loopt ons visum weer af en staat er weer een kort bezoek aan Nederland op het program. We reizen wederom via Australie om de nodige netwerken verder aan te boren dan wel te bestendigen en zijn in elk geval van 2 december tot begin januari in Nederland, waar al wat presentaties zijn ingepland en we ouderwets druk verwachten te zijn met allerhande regelzaken. Maar ook kunnen we dan ons nieuwste, kleine vriendje Micha in het echt bewonderen, die in september het levenslicht zag. En we zien er erg naar uit om na deze wederom enerverende maanden onze familie, vrienden en hun klein gespuis weer te zien.

O ja, jullie zijn natuurlijk van ons gewend dat we updates geven over het wel en wee van dierentuin Kuku: in Senopi hebben we immers het hele arsenaal van de Ark van Noach wel voorbij zien komen. Maar ook op Bali konden we niet lijdloos toezien hoe 2 kittens die door één of andere achterlijke gladiool in een plastic zak langs de straat waren gezet, angstig om hun moeder schreeuwden. Dus ja, we hebben weer huisdieren…. 2 stinkende, schijtende, onder de vlooien zittende, maar o zo schattige mormeltjes, genaamd Rupert en Berend.

Tot slot (dit wordt alweer een veel te lang verhaal) nog een link naar een mooi gedicht van Max Ehrmann. We kenden het al langere tijd, maar kregen het in februari van dit jaar weer eens onder ogen toen we een geprinte versie kregen van Monique, die 3 maanden bij ons in Senopi is geweest. Het hing in Senopi, maar is door pater Tromp, samen met diverse andere spullen van ons, naar ons opgestuurd. En nu hangt het hier aan de muur. Je kunt het hier lezen.

Dit was het even voor nu. Het gaat goed met ons en wij hopen ook met jullie daar in Holland.
Wij gaan ons mentaal vast voorbereiden op een zeer strenge, koude winter en verzoeken een ieder een paar Scandinavische sloffen en een thermische deken voor ons klaar te leggen wanneer we jullie met een bezoek komen vereren!

Selamat dan hormat,

Jurgen & Ellis

Recente berichten

Nieuwsbrief – voorjaar 2020

Nieuwsbrief – voorjaar 2020

2020 is voor de SDSP het jaar dat we 25 jaar bestaan. Een kroonjaar, en een jaar om stil te staan bij geweldige jaren waarin we vele projecten hebben gedaan, en een jaar waarin we ook proberen te oogsten wat we de afgelopen jaren hebben gezaaid.

Lees meer
Project cacao

Project cacao

Al drie jaar werkt de SDSP aan het cacao-project. Een groep Sefa-studenten heeft een eerste onderzoek gedaan naar de mogelijkheden in de Vogelkop, en een klein projectteam van de SDSP (Henk Krijnen, Jan Schouwenburg en Rita Vandermaele) werkt nu de plannen verder uit.

Lees meer