En dat was weer zo’n gouwe ouwe, pak em beet, anderhalve week in Manokwari met, hoe kan het ook anders, weer eens een echte aardbeving recht onder Manokwari. Dit keer een 6.0, met gelukkig geen schade of gewonden, maar wel veel rennende en paniekerige mensen, waaronder ondergetekenden. En rampspoed komt zelden alleen, weten we, dus volgde er nog dezelfde avond een ouderwets gezellige, zweterige, rillerige, slopende malaria-aanval. Dit keer had onze mug Ellis te grazen genomen en eigenlijk vinden we dat wel zo eerlijk. Jurg voelde zich al een beetje het favorietje en vond dat wat al te positief discriminerend overkomen. Je gunt de ander tenslotte ook een verzetje…

Onderhand kennen we het koortsig klappen van de zweep wel een beetje, dus eerst bloed testen en dan beginnen we bij de tertiana +1 braaf met een noodkuur malarone, gevolgd door een 14 dagen durende kuur van de bepaald niet misselijke primaquine. Waarvan we er 2 moeten nemen per dag, want hier stoppen ze precies de helft minder primaquine in de primaquine dan in Nederland. Weten we overigens ook pas sinds kort, want als je hier medicijnen haalt, dan worden ze in een soort weedzakje gestopt en moet je je oren spitsen, want dan vertellen ze bij het overhandigen in 1 rappe volzin welk zakje welke pillen bevat en hoeveel je er van moet nemen voor een optimaal resultaat. Geen bijsluiter uiteraard en de vraag of je toevallig met een bepaalde deficiëntie bent geboren (waardoor de primaquine niet alleen een eind maakt aan de malaria, maar ook aan jou) behoort – blijkt – ook niet tot de anamnese. Als je 5 weedzakjes in je handen geduwd krijgt, is het vervolgens extra opletten geblazen, want dan is de kans aanwezig dat je wat van die pilletjes door elkaar haalt, ze lijken ook allemaal zo op elkaar. Tegenwoordig nemen we standaard pen en papier mee (en we vragen aan Sinterklaas dit jaar mooi een dictafoontje – dan zijn we pas echt goed voorbereid), of nog beter: we vragen gewoon of ze alle pillen voor ons in de pot willen laten zitten en de rest eigenhandig in hun eigen tijd over hevelen in hun weedzakjes.

Maar gelukkig waren er ook leuke dingen: zo verheugen we ons nu op de komst van Ricky, die geld en tijd overhad en in een vlaag van verstandsverbijstering dacht: dan ga ik toch even naar Papua?! Niet wetende dat ze hiermee openlijk solliciteerde naar de functie van koerier voor dropjes, boeken, mini-naaimachientjes, USB-sticks, fotocameradrooghoudzakjes en een zak taai-taai. Gelukkig kijken we nog altijd meer uit naar haar krullenkop dan naar wat ze in haar rugzak heeft zitten. Komende dinsdag komt ze aan en dan blijft ze ons zo’n 2 weekjes gezelschap houden.

En alsof dat nog niet genoeg was, hebben we er sinds een week ook een kleine bij in onze vriendenkring: Willeke en Sebe hebben het gepresteerd een volmaakte nakomelinge op de wereld te zetten die gelukkig de oren van Sebe en de neus van Willeke heeft. Doordat we in Manokwari zaten, konden we de volgende dag met behulp van een middeleeuwse Skype-verbinding al met eigen ogen zien dat het echt waar was. Onbetaalbaar.

Verder hebben we (met name Jurgen) weer alle benodigde inkopen gedaan en hebben we inmiddels een fantastische chauffeur voor de hardtop, die ’s avonds in de schemering zelfs nog plakletters uit zit te knippen om te zorgen dat hij de volgende ochtend als rijdende reclame voor de SDSP naar Senopi kan rijden (zie de nieuwe lading foto’s op Picasa – te vinden via onze website www.kuku.nl) en – belangrijker – hij zorgt voor de auto alsof het zijn 1-jarige dochtertje is.

Ook hebben we er weer een huisdier bij. Of eigenlijk meerdere. Een maand terug hadden we weer een nest kittens, waarvan er 2 in de pastorie zijn blijven wonen. Die heten nu Hanni en Ricky, vernoemd naar 1 van onze gasten vorige maand en, met vooruitwerkende kracht, naar onze koerier. En toen was daar ineens ook Wolli, vrij vernoemd naar Wally die samen met Coby ook naar Senopi was afgereisd. Overigens denken de mensen in Senopi en Manokwari dat wij alle mensen die met ons mee reizen of naar Senopi komen, persoonlijk al tijden kennen. Niets is minder waar; wij ontmoeten ze ook pas in het YAT losmen of in Senopi. Maar ‘het’ komt uit Nederland, dus moeten we ze wel kennen…. We leren zo gaandeweg toch een hoop nieuwe mensen kennen en bijna zonder uitzondering kunnen we goed met ze overweg. Maar goed; Wolli is een meisje en bij vlagen echt een takkenteef. Man man, we voelen ons net kersverse ouders, want elke nacht moeten we er 2 keer uit om dat beestje gerust te stellen, een flesje te geven (zo klein is ze nog) of de deur voor haar te openen (na 2 keer midden in de nacht midden in een flats te gaan staan, vonden wij het wat geforceerde humor worden, al hebben de flatsjes zich nu verplaatst naar de deurmat dus of hier sprake is van vooruitgang?). Als het in dit tempo doorgaat, kunnen we echt de Ark van Noach vullen tegen het einde van het project…

Morgen vertrekken we weer naar Senopi en we hopen/verwachten de eerstkomende maand niet meer naar de stad te hoeven, zodat we een goede ruk kunnen maken in Senopi.

Dus tot later, heb en hou het goed in Herfstig Holland, doe de groetjes aan Scheringa en pas op hè voor die Mexicaanse griep…

Liefs,
J&E

Recente berichten

Update vanuit Sawinggrai

Update vanuit Sawinggrai

In Sawinggrai, Raja Ampat, wordt er onverminderd hard gewerkt aan het voedselbos. Een zomer update van onze partners terplaatse.

Lees meer