Achter ons ligt een roerige maar doeltreffende periode van 3 jaar fysieke SDSP aanwezigheid in de Kebarvallei. Wat er voor ons ligt?? Op die vraag konden wij de afgelopen 2 maanden nog geen goed antwoord formuleren, omdat er in korte tijd diverse veranderingen optraden in de omstandigheden in Papoea. Veranderingen die van een zodanige orde zijn, dat we inmiddels hebben moeten besluiten om van koers te wijzigen. Langs deze weg willen we jullie over de achtergronden van deze koerswijziging informeren.

Momenteel is er sprake van politieke onrust in het binnenland, die samenhangt met een bestuurlijke herindeling van districten in de Vogelkop (vergelijk met gemeentelijke herindeling in Nederland). We kunnen hier niet al teveel over melden, aangezien wij geen uitspraken willen doen van politieke aard. Wat we kunnen melden, is dat er mensen zijn die proberen met alle macht hun stamgenoten/familieleden in het politieke machtscentrum te krijgen om zo – vermoedelijk – makkelijker aanspraak te kunnen maken op (gelden uit) overheidsprogramma’s of strategische overheidsposities. Deze politiek ambitieuze mensen proberen voet aan de grond te krijgen in het binnenland van de Vogelkop, waaronder in het district Senopi. Om dit doel te bereiken worden alle middelen ingezet, tot aan intimidatie en geweld.

Dit raakt ook het district Senopi, waar een stammenvete momenteel het Moeder- en kindzorg programma en alle andere gerelateerde activiteiten verstoort. Nadat een man in het dorp Asiti onverwachts was overleden, beschuldigden inwoners van dat dorp mensen uit Senopi van betrokkenheid bij zijn dood. Er zou sprake zijn geweest van speciale magie. De gemoederen hierover raakten zodanig verhit dat een groep uit Asiti op rooftocht is getrokken naar Senopi. Hierbij zijn gewonden gevallen, hebben diverse mensen moeten rennen voor hun leven en zijn tien huizen en de dorpscoöperatie in Senopi vernield. Vooral mensen die de afgelopen jaren nauw bij het door de SDSP en het bisdom gesteunde project betrokken zijn geweest en centrale rollen vervullen in het opgeleide kader, zijn slachtoffer in deze kwestie en hebben naar de stad Manokwari moeten vluchten om de hulp van de politie in te schakelen.

Rond dezelfde tijd is de – voor ons – belangrijkste contactpersoon in Senopi, pater Leo, door het bisdom overgeplaatst. Zijn vervanger is reeds geïnstalleerd maar zal op zijn vroegst in augustus van start gaan. Over de reden van deze wisseling van de wacht in de pastorie wordt druk gespeculeerd door de lokale bevolking en deze speculaties dragen bij aan de onrust in het district.

Het behoeft geen uitleg dat door dit alles de veiligheid in het gebied in het gedrang komt. Voor zover er sprake is van een ‘rustige’ situatie, hoeft er maar een vleugje wind op te steken om van een smeulend vuurtje een vernietigende bosbrand te maken. We hebben daarom, samen met de SDSP, met pijn in ons hart moeten besluiten om onze activiteiten en fysieke aanwezigheid in het binnenland van Papoea voorlopig ‘on hold’ te zetten…

Het is voor ons moeilijk te verteren dat we met de genoemde achtergrond deze keuze hebben moeten maken. We hebben daarnaast persoonlijk ook een moeilijk jaar achter de rug, waarbij het overlijden van Santi – een van onze veelbelovende mensen op het project en tevens goede vriendin- een dieptepunt was. Deze ervaringen drukken eveneens op ons gemoed. We moeten echter proberen zoveel mogelijk vooruit te kijken. Maar niet voordat we eerst onze zegeningen hebben geteld:

De dorpen in district Senopi en diverse dorpen in district Kebar hebben toegang gekregen tot schoon water, een goed draaiende polikliniek, een ecotoeristisch programma, elektriciteit, een immunisatieprogramma, een getraind kader en een startende vrouwengroep. Honderden mensen hebben geprofiteerd van het economisch programma: er zijn nu veel mensen met een kippenhok, winkeltje, varkensstal en/of groentetuin. Het gebouw van de pastorie als basis voor het sociaal programma is uitgebreid en vernieuwd. Vanuit deze pastorie worden nu een koeienbedrijf, een meubelbedrijf, een logement, visvijvers, drie grote tuinen, 2 cacaoplantages, een koffieplantage en een varkensstal bestierd. En – voor de goede orde – met dat laatste bedoelen wij uiteraard niet onze eigen kamer …

Eerder dit jaar meldden wij op ons weblog al enigszins cryptisch dat we goed nieuws te melden hadden, namelijk: ‘er gaan minder kinderen dood’. De exacte cijfers worden momenteel door de werkgroep gezondheidszorg van de SDSP nog verder uitgewerkt in een artikel, maar hier dan eindelijk de primeur van onze grootste trots: 

Met het Moeder-en-kindzorg project hebben we de kindersterfte < 5 jaar in het district Senopi kunnen terugdringen van overall 35% in 2008 tot overall 13,6% in februari 2011 !!! Dat betekent dat we mogen constateren dat we in 3 jaar tijd de kindersterfte onder de 5 jaar met bijna tweederde hebben kunnen terugbrengen! Een millenniumdoel waardig…

 

De grootste winst is behaald voor de kinderen tussen de 1 en 5 jaar. Het sterftecijfer voor kinderen die overleden tussen hun 1e en 5e levensjaar stond in 2008 op 34 % en staat in 2011 op 2,6%. Per dorp bekeken is de overall afname in kindersterfte voor Senopi het grootste (een vermindering van 86,3%) en voor het dorp Aprawi het kleinste (minus 25%). We hebben heel veel informatie uit de in februari gehouden surveys en metingen kunnen halen die we ook uitgebreid hebben besproken met de lokale gezondheidswerkers. We zijn deze mensen uitzonderlijk dankbaar: zonder hun inzet was dit nooit bereikt.

Gelukkig is het vorige maand nog gelukt om in het dorp Akmuri in het district Kebar samen met de bevolking een waterput te rehabiliteren, waarbij er gelijk een watertank, pompsysteem en kranen zijn aangelegd. Dankzij de grote inzet van SDSP vrijwilligers Wally & Coby, die de benodigde gelden in Nederland bij elkaar gesprokkeld hebben en zelf naar Akmuri zijn afgereisd samen met onze lokale kaderleden Yeri en Irwan en gids/vertaler Charles, is dit alles gerealiseerd. De foto’s willen we jullie niet onthouden!

Hoe nu verder?

De SDSP laat zich er al jaren op voorstaan dat ondersteuning in West Papoea nooit het risico mag lopen afhankelijk te worden van het ‘hulpinfuus’ uit het Westen. Daarom vormt het gevormde lokale kader zo’n belangrijke schakel, naast de nodige sociaal-economische activiteiten die blijvend kunnen zorgen voor inkomsten voor een gemeenschap. Juist ook in het licht van ‘de moderne maatschappij’ die snel zijn weg vindt naar het binnenland van Papoea.
Hoewel we erg graag de gelegenheid hadden gehad om het gevormde kader in Senopi nog meer body en ondersteuning te geven in het komende jaar, gooit de huidige situatie roet in het eten.
We waren net begonnen om onze aandacht, energie en de formule van Community Capacity Building ook te gaan richten op andere gebieden in de Vogelkop, zoals het district Maybrat: opbouwwerk in samenwerking met en op initiatief van de lokale bevolking op het gebied van gezondheidszorg, economie (uitbreiden economische capaciteit) en educatie (skillstraining). Echter: daar beginnen onder de huidige omstandigheden biedt weinig duurzaam perspectief voor het welslagen van een nieuw project. We hebben daarom gezocht naar een alternatieve koers voor de komende tijd. Want dat we niet in het binnenland kunnen zijn, maakt dat wij en de SDSP naar andere manieren zoeken om hulp te brengen bij de mensen!

De SDSP kent projecten op meerdere niveaus. Jullie zijn inmiddels bekend met de projecten op ‘microniveau’ en ‘mesoniveau’. Microniveau is hoe we begonnen: kleinere projecten, waaronder waterputten slaan. In Senopi hebben we al een stap gemaakt naar een integrale aanpak voor een hele gemeenschap. Werken op meso-niveau: in ons geval is dat een medisch/sociaal project dat is ingebed in een netwerk van gerelateerde kleine projecten, zoals agrarische projecten, voorlichting, het slaan van waterputten en meer. Deze integrale aanpak is in zichzelf al vrij uniek binnen het ontwikkelingswerk; wij hebben deze aanpak tot nog toe alleen gezien bij een organisatie als Caritas (in Nederland Cordaid), echter: deze organisatie waagt zich niet in West Papoea.

Een belangrijke visie van de SDSP wat betreft duurzaamheid, is om gebiedsontwikkeling naar een hoger plan te brengen door Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen binnen bereik te brengen van de lokale Papoea bevolking. Eén van de belangrijkste stappen hiertoe is het realiseren van een vorm van samenwerking met het bedrijfsleven. Voor de SDSP is hierbij het belangrijkste dat er uitdrukkelijk oog moet zijn voor een integrale en structurele aanpak van welzijnsvoorzieningen en dat de bedrijfsmatige activiteiten geen schade toebrengen aan mens en natuur.

Door samenwerkingsverbanden tussen politiek, bedrijfsleven en educatieve instanties te initiëren, waarbij het maken van winst wordt gestimuleerd, maar er tegelijkertijd wordt bewaakt dat er aandacht is voor gebiedsontwikkeling, denkt de SDSP een duurzame constructie te kunnen helpen bouwen waarbij de welzijnsprogramma’s met en t.b.v. de lokale bevolking niet meer afhankelijk zijn van donaties en sponsors (het ‘hulpinfuus’), maar juist een essentieel onderdeel worden van het lokale bedrijfsleven.

Op Bali hebben wij kennis gemaakt met het bedrijf Bali Fresh Female Farmers Partnership (BFFFP). De doelstelling van dit bedrijf is om de kwantiteit, kwaliteit en continuïteit van voorraad en distributie van verse groenten en fruit op Bali te bevorderen. In Kintamani bevinden zich grote tuinen en een kassencomplex waar vele groenten worden verbouwd. De kennis en ervaring van 20 jaar bedrijfsvoering in Indonesië is één van de belangrijkste factoren die dit bedrijf succesvol maken. Daarnaast is het bedrijf innovatief, mede door de vele contacten met universiteiten in Nederland en Indonesië. Het bedrijf is niet alleen op Bali actief, maar ook op bijvoorbeeld Sumbawa waar ze in het kader van een Europees subsidie programma bezig is met het verbouwen van stevia ( een waardig alternatief voor suiker). Bij BFFFP zijn bijna alleen vrouwelijke werknemers in dienst; een bewuste keuze vanuit de overtuiging dat het scheppen van werkgelegenheid voor vrouwen daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van hun sociale en economische positie.

Onder het bedrijf hangen daarnaast diverse sociale activiteiten. Zo leren de vrouwen lezen en schrijven, worden ze goed verzekerd, worden er micro-kredieten verschaft, wordt er kinderopvang verzorgd, wordt er computertraining gegeven en wordt er momenteel gewerkt aan het realiseren van een praktijkschool.

De SDSP heeft besloten om een strategisch partnership met dit bedrijf aan te gaan en het komend halfjaar van onze aanwezigheid op Bali te gebruiken om – samen met BFFFP en het bisdom Manokwari-Sorong – de mogelijkheden voor bedrijfsmatige en educatieve activiteiten in Papoea te verkennen. Om die reden zullen wij tot eind november op Bali blijven.

Hopelijk alles goed met jullie daar in zomerherfstig Nederland waar het naar ons idee echt komkommertijd is (om maar even in de groentesferen te blijven) aangezien wij gisteren op BVN maar liefst vijftien minuten lang alle ‘ins and outs’ te zien kregen over instortende zendmasten, waarbij de belangrijkste vraag bleek: ‘wie o wie is er verantwoordelijk ??!!’ ….

Warme groeten vanaf warm Bali,

Jurgen & Ellis

Recente berichten

Nieuwsbrief – voorjaar 2020

Nieuwsbrief – voorjaar 2020

2020 is voor de SDSP het jaar dat we 25 jaar bestaan. Een kroonjaar, en een jaar om stil te staan bij geweldige jaren waarin we vele projecten hebben gedaan, en een jaar waarin we ook proberen te oogsten wat we de afgelopen jaren hebben gezaaid.

Lees meer
Project cacao

Project cacao

Al drie jaar werkt de SDSP aan het cacao-project. Een groep Sefa-studenten heeft een eerste onderzoek gedaan naar de mogelijkheden in de Vogelkop, en een klein projectteam van de SDSP (Henk Krijnen, Jan Schouwenburg en Rita Vandermaele) werkt nu de plannen verder uit.

Lees meer